 |
Prioriteitsprogramma Grenzen aan welzijn en dierlijke
Productie
Op indrukwekkende wijze heeft de landbouw in de westerse wereld
in de afgelopen vijftig jaar voldaan aan de vraag om veilige, hoogwaardige en
vooral betaalbare dierlijke producten zoals vlees, melk en eieren te leveren.
Traditionele, kleinschalige landbouw was daartoe niet toereikend. Met veel
inzet van kennis, innovatieve ontwikkelingen en kapitaal is de hoogproductieve
dierhouderij tot stand gekomen. Het traditionele kleine, vaak gemengde
boerenbedrijf is vervangen door bio-industrie. Aan de vraag is meer dan
voldaan, maar er zit ook een keerzijde aan deze ontwikkeling.
Niet alleen de boer moest zich aanpassen aan de nieuwe bedrijfsvoering, ook van
de dieren werd dat gevraagd. Zo werden kippen voortaan gehouden in zeer grote
groepen met een enorme ruimtebeperking, zeugen werden vastgebonden, biggen
vervroegd bij de moeder weggehaald, mestkalveren in donkere hokjes opgesloten,
koeien aangezet tot een verdubbeling van de melkproductie. Verbluffende
productieresultaten door selectie en houderijomstandigheden, maar
tegelijkertijd gedragsstoornissen, verhoogde vatbaarheid voor ziekten, eet- en
groeistoornissen, verhoogde uitval door vroegtijdige sterfte of
productieverlies, kortom het aanpassingsvermogen van de dieren wordt kennelijk
overschreden en ze kunnen niet voldoen aan de eisen die aan ze gesteld worden,
zonder dat hun welzijn in gevaar komt.
Maar wat is dierenwelzijn precies, hoe kunnen we dat meten, en wat zijn de
grenzen van het aanpassingsvermogen van landbouwhuisdieren en hoe komen we
erachter of die grenzen worden overschreden. En een belangrijke vraag is of
dieren lijden als wij vinden dat ze een dieronwaardig bestaan moeten leiden. Om
dergelijke vragen te beantwoorden startten NWO en het Ministerie van LNV in
1997 het onderzoeksprogramma 'Grenzen aan welzijn en dierlijke productie', uit
te voeren door de Nederlandse universiteiten en Instituten van de Dienst
Landbouwkundig Onderzoek.
-
hoofdthema’s programma:
-
stress en gedrag
-
individuele variatie
-
stress en immuniteit
-
stress en voortplanting
-
stress en voeding.
-
Programmalooptijd 1996-2004
-
Programmabudget Het totale budget was M€ 6,1, verdeeld over een bijdrage
van de NWO-gebieden ALW en STW (M€ 4,3) en het Ministerie van LNV (M€ 1,8).
Hiervan werd M€ 5,7 besteed aan onderzoek en werd uitgezet in drie tranches.
Het overige budget is besteed aan kennisoverdracht, administratieve
ondersteuning e.d.
-
Programmacommissie
| Prof.dr. H.J.Th. Goos (voorzitter)
|
UU, Biologie |
| Dr. A.T.J. Bianchi |
DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid |
| Dr.ir. H.Hopster
|
DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid |
| Mevr.Ir. M. de Jong-Timmerman
|
Dierenbescherming |
| Prof.dr. J.M. Koolhaas
|
RUG, Biologie |
| Drs. M.J.F. Reijnen
|
Ministerie LNV |
| Prof.dr. F.J.H. Tilders
|
VU, Geneeskunde |
| Prof.dr. V.M. Wiegant
|
UU, Geneeskunde |
| Mevr.Dr. M.J. van der Kooij
|
NWO-ALW |
| Dr. C.A.M. Mombers
|
STW |
|
 |