(verkorte tekst)
Wat is dierenwelzijn precies, hoe kunnen we dat meten, en wat zijn de grenzen
van het aanpassingsvermogen van landbouwhuisdieren en hoe komen we erachter of
die grenzen worden overschreden. En een belangrijke vraag is of dieren lijden
als wij vinden dat ze een dieronwaardig bestaan moeten leiden. Om dergelijke
vragen te beantwoorden startten NWO en het Ministerie van LNV in 1997 het
onderzoeksprogramma 'Grenzen aan welzijn en dierlijke productie', uit te voeren
door de Nederlandse universiteiten en Instituten van de Dienst Landbouwkundig
Onderzoek.
Het ging in dit programma o.a. om productiestress en adaptatiecapaciteit; welke
factoren vergroten of verkleinen de kwetsbaarheid (dus het adaptatievermogen)
van individuele dieren. Met name de dynamiek van het adaptatievermogen en de
afhankelijkheid van niet alleen erfelijke factoren, maar ook van embryonale en
opgroeicondities, groepsgrootte en –stabiliteit, voederregimes en huisvesting
moest in kaart gebracht worden. En dat niet voor één diersoort, maar voor
minstens vier, met voor iedere soort specifieke problemen. Dit onderzoek heeft
al opmerkelijke inzichten opgeleverd: zo blijkt dat kannibalistisch gedrag bij
(scharrel)kippen al wordt aangelegd als het kuiken nog in het ei zit en dat
licht daar een belangrijke invloed op heeft. Maar het onderzoek dient te worden
voortgezet om ooit tot effectieve praktisch toepasbare maatregelen te kunnen
komen.
Het programma was ook gericht op resultaten die toepasbaar zijn en een bijdrage
leveren aan optimalisatie (en niet maximalisatie) van dierlijke productie. Maar
of deze ook daadwerkelijk zullen worden toegepast zal afhangen van kosten-baten
analyses en milieueisen. Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is het
onderzoek naar het effect van typen stalvloeren op klauwafwijkingen bij koeien.
Koeien die op een zachte vloer gehouden worden hebben hier duidelijk minder
last van. Maar zachte vloeren lijken op gespannen voet te staan met de
richtlijnen voor mestverwijdering en stalconstructie. Dus ook hier zal nog geld
en energie geïnvesteerd moeten worden om tot daadwerkelijke verbeteringen te
komen.
Verhoging van transparantie van de problematiek voor de consument was geen
doelstelling van dit omvangrijke onderzoeksprogramma. Toch is kennis hiervan
van belang om uiteindelijk de consument te kunnen laten beslissen voor welk
product gekozen wordt. De huidige regelgeving, voorlichting en etikettering van
producten zijn verre van transparant. Ook aan dit aspect zal in de naaste
toekomst de nodige aandacht besteed moeten worden.
Het belangrijkste doel van het onderzoeksprogramma was een onderbouwing te
geven aan maatregelen ter verbetering van welzijn van dieren. Het programma
heeft geresulteerd in een inspirerende start in die richting, waarop een
vervolg een zinvolle investering is.
Download de volledig document Verantwoording en conclusies