Samenvatting forumdiscussie 10 april

  • Wat is het nut geweest van de 5,6 m€ die binnen dit programma zijn besteed
    Het is de taak van de wetenschap om kennis, bijv. over de neveneffecten van selectie op productieverhoging, aan te leveren. Nu moet er een vertaalslag gemaakt worden naar de praktijk. De weg van onderzoek naar praktijk is nog (te) lang. De praktijk moet bij het onderzoek betrokken worden. Wetenschappers ondervinden dan wat er in de praktijk speelt.

  • Is het welzijn van dieren een serieuze wetenschappelijke vraag?
    Om het welzijn van dieren empirisch aan te tonen is wetenschap onontbeerlijk. Een multidisciplinaire benadering vanuit de fysiologie, psychologie is noodzakelijk. De juiste manier om dieren te houden is niet om ze aan te passen aan onwenselijke houderij-omstandigheden, maar om deze omstandigheden aan het dier aan te passen. Het welbevinden van het dier dient centraal te staan bij het ontwerp van de toekomstige houderijsystemen. Wetenschap is nodig om dit probleem objectief te benaderen.

  • Hangt er een prijskaartje aan dierenwelzijn?
    Hoewel de consument bereid lijkt meer te betalen voor diervriendelijke producten blijft het biologisch product in de schappen liggen. Het verschil in prijs en beschikbaarheid lijkt nu te groot. Moet de consument wel kunnen kiezen? Alle producten zouden moeten voldoen aan basiseisen wat betreft voedselveiligheid én dierenwelzijn. Dit zou wel consequenties moeten hebben voor de internationale regels. Voor draagvlakvergroting onder de consumenten is een belangrijke rol weggelegd voor de sociale wetenschappen.

  • Wat zijn de gevolgen van selectie op productieverhoging?
    De huidige kennis toont duidelijk aan dat selectie op productieverhoging een dood spoor is. Dit type selectie komt voort uit economische noodzaak. Selectie en onderzoek zijn nu te veel gericht op hoogproductieve dieren. Dit is te eenzijdig om alleen aanpassing van de omstandigheden zinnig te laten zijn, hoewel er nog veel aan de huidige stalsituaties te verbeteren valt. Selectie zou gericht moeten zijn op duurzame dieren.

  • Eenheidsdieren of individuen gewenst?
    Individuele variatie is essentieel voor bijv. sociaal stabiel gedrag. Bij te sterke selectie op één productie-eigenschap komt genetisch gerelateerd onaangepast gedrag naar boven. Uitgangspunt moet zijn dat het dier natuurlijk gedrag moet kunnen blijven vertonen. Selectie zou plaats moeten vinden op samenhangende sets van eigenschappen. Het is de vraag of de huidige hoogproductieve dieren nog geschikt uitgangsmateriaal zijn voor selectie.