Behavioural characteristics of feather pecking

Co÷rdinator: Dr. P. Koene
Onderzoeker: Ir. T.B. Rodenburg
Projectperiode: januari 1999 - april 2003

Resultaten
Verenpikken bij legkippen kan leiden tot sterk verminderd dierenwelzijn, veerschade, hoge voerkosten en hoge uitvalspercentages. Verenpikken wordt gekenmerkt door het pikken op- of het uittrekken van veren van soortgenoten. Het kan variŰren van zacht verenpikken, dat weinig schade veroorzaakt, tot verentrekken, dat kan leiden tot kale plekken; soms worden de veren ook opgegeten. In dit onderzoek is gekeken naar karakteristieken van kippen die verenpikken in vergelijking met kippen die niet verenpikken. Hiervoor zijn een veel verenpikkende (de HFP lijn) en een weinig verenpikkende (de LFP lijn) kippenlijn gebruikt. De verwachting was dat lijnverschillen in verenpikken verklaard konden worden uit lijnverschillen in reactie op de omgeving. Frustratie, het blokkeren van gedrag waarvoor een dier gemotiveerd is, zou hierbij een centrale rol kunnen spelen.

In het onderzoek hebben we ook verschillende testen om verenpikken te meten met elkaar vergeleken. Het bleek dat de aanwezigheid van andere kippen van groot belang voor een betrouwbare meting van de neiging tot verenpikken. Dit in tegenstelling tot een test waarbij de neiging van een kip om op een bosje veren te pikken te meten, waarbij de kip ge´soleerd was van de groep. In deze individuele test kwamen wel interessante verschillen in karakter tussen HFP en LFP kippen tot uiting: HFP kippen gingen steeds meer kakelen toen de test op latere leeftijd herhaald werd, LFP kippen steeds minder.

Ook zijn er verschillen gevonden in de manier waarop HFP en LFP kippen omgaan met frustratie. Dit is onderzocht in een zogenaamde Skinnerbox, waarin kippen worden geleerd op een knop te drukken voor voer. Tijdens frustratie wordt de voerbak afgedekt met een Perspex plaatje. LFP kippen pikten tijdens frustratie meer op de knoppen en op het afdekplaatje dan HFP kippen. De verwachting was dat HFP kippen meer op veren en andere kippen zouden pikken, maar dit hebben we niet aan kunnen tonen in de Skinnerbox. Tenslotte is er ook gekeken naar de erfelijkheid van verenpikken en andere karakteristieken van HFP en LFP kippen en is er gezocht naar een voorspeller (op jonge leeftijd) van verenpikken (op volwassen leeftijd). Hierbij bleek dat zacht verenpikken en gedrag in een nieuwe, onbekende omgeving (open-veld) erfelijk te zijn, maar verentrekken niet. Bij de zoektocht naar een voorspeller van verenpikken bleek dat open-veld gedrag op jonge leeftijd iets zegt over pikgedrag op volwassen leeftijd.

Concluderend kunnen we zeggen dat kippen die verschillen in verenpikken ook verschillen in andere karakteristieken. Frustratie kan zeker een rol spelen bij de ontwikkeling van verenpikken, maar dan moet het wel om langdurige frustratie gaan. De resultaten uit onze genetische studie, tenslotte, bieden mogelijkheden voor genetische selectie tegen verenpikken in de toekomst.