Projectleader Dr.
ir. A.W. Jongbloed
ID-Lelystad, ID TNO
Diervoeding Lelystad
PhD-student Dr.ir. P.M. Becker (2001 –
2002)
Project period January 2001 – December 2002
Summary
In the current
commercial pig husbandry systems the feed intake of sows is restricted during
gestation in order to prevent excessive body weight gain, and fat deposition,
which in turn can have an adverse effect on the progress of farrowing and
lactation performance. In practice sows typically receive their whole daily
feed allowance in one or two concentrate meals with a total feeding time of 10
to 20 minutes. However, restricted feeding results in a low level of satiety
and a reduction of feeding behaviour expression, both factors can lead to
stereotypical activities. Development of sterotypies has been associated with
impaired animal welfare. Ad libitum diets would help to increase satiety and
feeding time. However, thus far the high intake capacity of pregnant sows
limits any attempt at offering a conventional diet ad libitum. The aim of this
project is to develop diets that can be used for ad libitum feeding of
(group-housed) sows, in order to increase sow welfare and health without
causing excessive body weight gain and fat deposition. From a current point of
view fibrous diets appear to offer good possibilities for ad libitum feeding.
However, these diets have some practical drawbacks that should be solved first,
before they are ready to be used for commercial pig husbandry. Fibrous diets
are for example more voluminous than conventional diets, and can spoil easily
if fresh fibrous products are used. Therefore, this project does not only
involve adequate diet formulations but also focuses on optimal handling and
storage of the feed materials under farm-scale conditions. To determine the
best ad libitum diet for farm-scale conditions, the diets will be evaluated
based on animal welfare and health, practical aspects, and farm management
costs.
Results
Op biologische varkensbedrijven wordt veel ruwvoer aan dragende
zeugen verstrekt en ook ad libitum gevoerd. Om meer over de ervaringen op
biologische bedrijven te weten te komen werd een enquête gehouden in
samenwerking met M.H.A. Steverink van Platform Biologica. Het bleek dat er
enorme verschillen zijn in de voersamenstellingen en de hoeveelheden die op de
biologische bedrijven verstrekt worden. Bovendien verschilt de voeding ook
afhankelijk van het jaargetijde; in de zomer wordt op veel bedrijven weidegang
voor zeugen toegepast. De meest gebruikelijke producten zijn krachtvoer (alle
biologische bedrijven) en gras/klaver (70% van de bedrijven met zeugen). Er
wordt nog nauwelijks gebruik gemaakt van vezelrijke bijproducten uit de
levensmiddelenindustrie op biologische bedrijven.
Uitgaande van de resultaten van de enquête werden ad libitum
voeropnameproeven van gras/klaver silage met dragende zeugen uitgevoerd.
Gras/klaver is een product dat zonder veel bemesting op eigen grond geteeld kan
worden en gemakkelijk te conserveren is. Omdat de voederwaarde en
opnamecapaciteit niet bekend zijn, is de totale opname en ook de energieopname
met het ruwvoer moeilijk in te schatten. Het bleek echter dat de dieren in een
goede conditie konden worden gehouden door de ad libitum verstrekking van gras/klaver
silage en een aanvullende krachtvoerverstrekking.
Eigenschappen als “dunne darm” verteerbaarheid en “dikke darm”
fermenteerbaarheid van ruwvoeders als grasproducten, snijmaïs en industriële
bijproducten werden met behulp van een in vitro proef vastgesteld en
vergeleken.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met Avebe Feed,
Beuker Vochtrijke Diervoeders B.V., Bonda’s Veevoederbureau bv, Duynie BV, DSM
Gist en het Instituut voor Rationele Suikerproduktie. Bietenperspulp en
aardappelpersvezels leverden in deze proef vergelijkbare, goede resultaten voor
de “dikke darm” fermentatie en daarmee voor een verwachte verzadiging op.
Grasproducten en snijmaïs brachten minder vetzuren op dan de geperste
bijproducten tijdens de fermentatie, d.w.z. dat meer onverteerde vezels in de
mest terecht zouden komen.
Uit de enquête aan biologische bedrijven kwam naar voren dat de
kwaliteit, de voederwaarde, en de verteerbaarheid van biologische
voedergewassen knelpunten vormen die tot nu toe niet nader onderzocht zijn.
Publications